Bouwen aan een beweging rond het toekomstdenken
Stimuleren van ontwerpend denken en handelen

De 22e eeuw begint nú

De 22e eeuw begint nú

Toekomstatelier NL2100


Het College van Rijksadviseurs (CRa) zet in het 3-jarig programma ToekomstatelierNL2100 ontwerpend denken in als methode om sectoraal denken te overstijgen.
Of het nu gaat om klimaat, energie, wonen, landbouw of water: we zullen anders met onze ruimte moeten omgaan. Om nu de juiste beslissingen te nemen over deze complexe opgaven, is het belangrijk om ver vooruit te kijken. In brede ontwerpateliers verkennen we de lange termijn, om voor de korte termijn tot concrete maatregelen te komen die de tand des tijds kunnen doorstaan.


Het eerste jaar
Er is te weinig nagedacht over de sturende kracht van netwerken: een wildpaadje kan een voetpad worden, later een zandweg, een straatweg en zelfs een snelweg. Hoe trekken de netwerken de lijnen voor de toekomst, en zijn dat wel de gewenste lijnen?

In het eerste jaar heeft het CRa drie ontwerpbureaus de opdracht gegeven om zich daarin te verdiepen: NOHNIK, H+N+S Landschapsarchitecten en Rademacher / de Vries Architects. In een serie werksessies is samen met een brede selectie aan wetenschappelijke experts, per stroom in beeld gebracht wat de mogelijke en waarschijnlijke toekomsten op de lange termijn zijn, en welke factoren daarop van invloed zijn.

Toekomstatelier Zutphen
In het eerste Toekomstatelier van 30 maart tot en met 1 april werd het toekomstdenken toegepast op concrete vraagstukken door kleine teams van ontwerpers, experts en kunstenaars die aan verschillende onderwerpen werkten. De ontwerpbureaus pasten hun inzichten op de netwerklaag toe op de energiehoofdstructuur en brachten de samenhang met andere ruimtelijke opgaven in beeld. Op 1 april kwam dit alles samen op de publieksdag en werden de de belangrijkste onderwerpen besproken met prominente gasten in een serie talks. De resultaten van de drie ontwerpbureaus zijn te zien in het rapport Toekomstverkenning NL2100.

Resultaten van de ontwerpbureaus


Als we het slim doen, laten we de infrastructuren voor ons werken, en dragen ze bij aan de lange termijnopgaven. Daarom hebben de ontwerpbureaus NOHNIK, H+N+S Landschapsarchitecten en Rademacher / de Vries Architects in opdracht van het College van Rijksadviseurs ontwerpend onderzoek gedaan rondom zes stromen/netwerken: water, flora & fauna, mensen, goederen & grondstoffen, energie en data. Tijdens het meerdaags Toekomstatelier in Zutphen hebben zij die inzichten in een 'pressure cooker' toegepast op de energiehoofdstructuur, oftewel de infrastructuur voor het energiesysteem op nationale schaal.

Resultaten
Het rapport ‘Toekomstverkenning NL2100’ laat zien tot welke nieuwe inzichten het toekomstdenken kan leiden. Wat betekent het werkelijk als je 'bodem en water leidend' laat zijn? Waar wonen en werken we dan in de toekomst? Hoe kun je met het netwerk sturen op de ontwikkelingen die je wilt stimuleren? Het werk van de bureaus legt de vinger op een aantal pijnlijke waarheden, maar laat ook zien welke oplossende denkwijzen er zijn. Een goed voorbeeld daarvan is de zeespiegelstijging. Vaak gaat het over hoe ver die zal stijgen, en wanneer dat zal zijn. Maar in plaats van te zoeken naar precieze getallen, blijkt het uiteindelijk heel bevrijdend om niet heel precies te gaan koersen. Juist de onzekerheid van marges geeft ruimte om radicaler te werken.

Dossiers van 6 stromen/netwerken
De oogst van de werksessies op de zes stromen is gebundeld in afzonderlijke dossiers:

Flora & Fauna

Water

Data

Energie

Goederen & Grondstoffen

Mensen


Tijdens de Talk 'Het energienetwerk van de Toekomst' zijn de eerste inzichten eveneens gedeeld. De talk is hier terug te zien.

Het CRa werkt op basis van deze resultaten aan een advies aan het Programma Energiehoofdstructuur dat na de zomer gepubliceerd zal worden.

Francesco Veenstra wil het toekomstdenken doorgeven

‘Ik heb er grote verwachtingen van’
Een driedaagse onderdompeling in de toekomst. Voor Francesco Veenstra was ‘Zutphen’ zowel het startpunt voor een beweging als een bevestiging van wat hij sinds zijn aantreden al voelt en weet. De lange termijn moet wat hem betreft in de haarvaten van het Atelier Rijksbouwmeester gaan zitten. ‘Het gaat om een houding, een manier van ontwerpen, denken en handelen.
Hoe kijk je terug op het Toekomstatelier in Zutphen?
‘Het was indrukwekkend om met zoveel mensen bij elkaar te zijn en over de toekomst te praten. Ik vond het zinvol om met experts en belanghebbenden van gedachten te wisselen. We proberen natuurlijk een groep mee te krijgen en de wil om mee te doen blijkt groot. Naar de bijeenkomst op de laatste dag kwamen 160 mensen.
De deelnemers voelden de urgentie om in de toekomst te investeren. ‘Hit-and-runacties’ op de korte termijn stuiten steeds meer mensen tegen de borst. In hun eigen organisatie is het misschien nog moeilijk om met de verre toekomst bezig te zijn. Je bent altijd met het nu bezig, altijd is iets anders urgenter. Wat wij doen met het Toekomstatelier is een platform aanbieden. We hopen dat het door anderen wordt opgepikt en dat het verandering brengt in ons denken en handelen.'

Lees verder
Rijksbouwmeester Francesco Veenstra
Rijksbouwmeester Francesco Veenstra
beeld: Maarten Sprangh

Jannemarie de Jonge maakte tijdens het Toekomstatelier een sprong in haar denken

‘Afgesloten van de waan van de dag kun je de stukjes van de puzzel bij elkaar passen’
Vertragen geeft nieuwe inzichten. Zo kun je kort samenvatten hoe Jannemarie de Jonge drie dagen Toekomstatelier in Zutphen heeft ervaren. Inspiratie kreeg ze van jonge mensen en van het gevoel van gezamenlijkheid. Hoewel honderd jaar vooruitkijken lang voelt, is dat rond klimaatverandering eigenlijk nog te kort. ‘Maar ik geloof in de inventiviteit van mensen.'
Wat levert drie dagen toekomstdenken in een andere omgeving op?
‘Enorme inspiratie! Ik kreeg in Zutphen een groot gevoel van gezamenlijkheid om aan grote opgaven te werken. En ook een gevoel van urgentie. De knop moet om. Tijdens het Toekomstatelier is weer gebleken dat je eigen denken door intensief samenwerken een sprong kan maken. Dat wist ik eigenlijk wel, ik heb dat in mijn carrière al vaker meegemaakt. Ik ervaarde het voor het eerst tijdens mijn afstudeerstage. Toen legden we met een groep ontwerpers en onderzoekers de basis onder de ecologische hoofdstructuur.’
Hoe kwam je in Zutphen tot die sprong?
‘Door te vertragen. Door de tijd te nemen om dieper te denken, om in verwarring te raken. Een van de aanwezigen zei later tegen me: ‘ik was extreem ontregeld’. Dat was ook de bedoeling. Als je even afgesloten bent van de waan van de dag en rust neemt dan kun je de stukjes van de puzzel bij elkaar passen. Het doel was om vanuit ontwerpkracht kansen te vinden in de enorme klimaatopgave. Ook kansen in termen van geluk, gezondheid en rechtvaardigheid.’

Lees verder
Rijksadviseur Jannemarie de Jonge
Rijksadviseur Jannemarie de Jonge

Wouter Veldhuis pleit voor langer Toekomstatelier

Rijksadviseur Wouter Veldhuis ging in Zutphen de grotere problemen pas zien toen hij echt los was van het nu. Niet meer gegijzeld door het heden. En die problemen vragen volgens hem om drastische en gewaagde keuzes. ‘De opbrengst van het Toekomstatelier is meer een houding dan een instrumentenkistje.’
Hoe zou je het Toekomstatelier in één woord beschrijven? En waarom?
‘Intensief! Maar wel een dag te kort. Het Toekomstatelier zelf duurde twee dagen, maar eigenlijk heb je er drie nodig. Eén dag om te wennen en los te komen, één dag om je echt te verplaatsen naar 2100 en dan nog een dag om conclusies te trekken en terug te redeneren naar nu. Het valt tegen hoeveel tijd en energie het kost om echt los te komen. Vergelijk het maar met het lanceren van een satelliet. Er is veel energie nodig om buiten de dampkring te komen.
Dat was ook wel het meest verrassende. Je kunt wel zeggen dat je gaat praten over de toekomst, maar we worden gegijzeld door het heden.’

De rest van dit interview leest u via deze link.
Rijksadviseur Wouter Veldhuis
beeld: Wouter Sprangh

Kijk alle talks terug!


Het eerste Toekomstatelier zit erop.
Maar NL2100 is nog maar net begonnen!
De gesprekken van 1 april zijn opgenomen en kunnen hieronder in alle rust bekeken worden.

De drie Rijksadviseurs

In de openingstalk gaven Rijksadviseurs Francesco Veenstra, Jannemarie de Jonge en Wouter Veldhuis hun persoonlijke kijk op de urgentie van het Toekomstdenken. Wat staat er op het spel? En waarom organiseren zij het Toekomstatelier?

Opening door het College van Rijksadviseurs


Op 1 april organiseerde het College van Rijksadviseurs haar eerste Toekomstatelier. Daarmee kijkt ze vooruit naar de uitdagingen op het gebied van onze leefruimte waar ons land de komende honderd jaar voor staat. Op de publieksdag waarop professionals met elkaar van gedachten wisselden bleek alvast geen één heilig huisje veilig.

Nederland ziet zich de komende jaren gesteld voor grote uitdagingen. Denk aan het woningtekort, de stikstofcrisis, de overgang op duurzame energie, aan toenemende wateroverlast en het veranderende klimaat. Dat vergt vooruitkijken. Dat doet het College van Rijksadviseurs met het Toekomstatelier2100. Het driejarige programma richt zich op de indeling van de openbare ruimte in de komende honderd jaar.
De eerste publieksdag vond plaats in het Zutphense Koelhuis, dat in 1920 gebouwd werd om de zomerboter van de nabijgelegen fabriek te bewaren voor de winter.

Francesco Veenstra, Jannemarie de Jonge en Wouter Veldhuis, samen het College van Rijksadviseurs, openen de dag in het Boterlokaal. Er wordt zelden honderd jaar vooruitgekeken, vertelt Francesco Veenstra, Rijksbouwmeester en voorzitter van het College van Rijksadviseurs.

‘Zodra je werkt voor opdrachtgevers ben je gericht op het nu. Het is lastig om daarvan los te komen.’

Jaren zestig


Die verre horizon is nodig om de uitdagingen waarmee Nederland de komende jaren geconfronteerd wordt het hoofd te bieden, zegt Jannemarie de Jonge, Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving. Ze is een kind van de jaren zestig, dochter van een architect, en groeide op in een tijd van grote woningtekorten. ‘Samen de schouders eronder zetten, met dat idee ben ik grootgebracht.’

‘We worden gegijzeld door het nu. De toekomst overkomt ons’

Rijksadviseur Wouter Veldhuis

Nederland staat voor allerlei uitdagingen, stelt Wouter Veldhuis, de tweede Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving. ‘Er zijn hier ook studenten die een huis zoeken. Hoe verhoudt de korte zich met de lange termijn? We worden gegijzeld door het nu. De toekomst overkomt ons. We moeten ons die toekomst toe-eigenen.’ Er zullen heilige huisjes sneuvelen, waarschuwt Veenstra. ‘We zijn gewend aan meer en groter. Dat gaat vooral over economie. Die duwt ons een bepaalde kant op. Maar of de financieel gedreven samenleving nog houdbaar is, is de vraag. Ik denk van niet.’

Het energienetwerk van de toekomst

We zitten middenin de transformatie naar een duurzame energievoorziening en dat vraagt om aanpassingen van onze energie-infrastructuur: van nieuwe hoogspanningsleidingen en transformatorstations tot warmtenetwerken en waterstofvoorzieningen. Op basis van inzichten uit het Toekomstatelier bespraken we de Nederlandse Energiehoofdstructuur met Rijksadviseur Fysieke Leefomgeving Wouter Veldhuis, de voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging Aniek Moonen en Dick Weiffenbach, directeur Netbeheer NL.

Het energienetwerk van de toekomst


Ook de meeste deelnemers komen in hun werk zelden toe aan de lange termijn, blijkt als tijdens de lunch – kartonnen dozen met duurzame food for thought – de gesprekken op gang komen. ‘We denken aan hoe we nu bedrijven kunnen bedienen, en niet wat dat voor over vijftig jaar betekent.’ Een Delftse hoogleraar: ‘Het gaat niet langer over wat wij doen in de komende honderd jaar, maar over hoe het klimaat onze leefomgeving verandert.’

Dick Weiffenbach is directeur van Netbeheer Nederland, één van de zeven netbeheerders van ons land. Hij liet een studie uitvoeren om te zien hoe het netwerkbeheer met de komst van duurzame energie verandert. ‘Het beleid in Nederland gaat te weinig uit van een visie op de toekomst.’ Er moet samen worden nagedacht over de energieopdracht van de toekomst en wat dat voor het netwerkbeheer betekent, stelt hij. Weiffenbach is gecharmeerd van de holongedachte: dat je zo klein mogelijke gebieden zelfvoorzienend maakt. ‘We willen in 2050 energieneutraal zijn. Maar nu importeren we nog twee derde van onze energie.’

De Jonge Klimaatbeweging


‘Jongeren vinden windmolens op land geen probleem’

Aniek Moonen, de Jonge Klimaatbeweging

Aniek Moonen, voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging, liet onderzoek doen naar de verwachtingen van jongeren tot dertig jaar. Anders dan oudere generaties, vinden zij windmolens op land geen probleem. Moonen gaat zelfs nog verder. Want sinds de wederopbouw hebben we energiezekerheid. Daar zijn we aan gehecht geraakt, maar moeten we daar wel aan blijven vasthouden? ‘Leg die vraag voor aan mensen. Kiezen we voor hoge energieprijzen en energiezekerheid of voor een betaalbaar systeem waarbij soms bij piekbelasting het licht uitvalt?’

De overheid is gewend om te accommoderen: grote verbruikers worden automatisch bediend. Wie zich waar ook maar vestigt, wordt bediend. Maar dat lijkt niet langer houdbaar, zegt Rijksadviseur Veldhuis. ‘We bouwen waar mensen zijn, maar misschien zitten mensen soms ook op de verkeerde plekken.’

De kracht van de verbeelding

Speciale gast is de Duitse filosoof en historicus Philipp Blom, auteur van onder meer de boeken 'Wat er op het spel staat' (over digitalisering en klimaatverandering) en 'Het Grote Wereldtoneel' (over de kracht van verbeelding in Crisistijd). Samen met Blom, auteur en warm pleitbezorger voor burgerberaden Eva Rovers en Rijksbouwmeester Francesco Veenstra trekken we lijnen door de tijd. Kunnen we nu al herkennen wat de ingrediënten zijn die ons leven over 100 jaar veranderen?

De kracht van verbeelding


De toekomst komt pas tot leven als je hem kunt verbeelden. In de tweede talkshow van de dag vertelt filosoof Philipp Blom (auteur van onder meer ‘Wat er op het spel staat’ en ‘Het grote wereldtoneel’) vanuit Wenen: ‘We willen een transformatie binnen ons systeem bereiken, maar zo werkt het niet.’ Denk aan de stoommachine. Het was een geweldige nieuwe uitvinding die een enorme impact zou hebben op het leven van mensen. Maar zelfs de techneuten van die tijd wisten niet wat het was. De filosoof Descartes had twee eeuwen eerder gesteld dat iets dat bewoog en warmte afgaf een dier was. Was dit een dier?

‘We zitten in zo’n strak korset van regels en wetten dat we bijna niet kunnen handelen’

Philipp Blom, schrijver en filosoof

We kampen nu met dezelfde worsteling, stelt hij. De laatste zeventig jaar stond alles in het teken van economische groei. Maar een economische groei van drie procent, betekent dat de economie zich in 24 jaar zou verdubbelen. ‘Dat is geen pad meer om onze problemen op te lossen; we moeten buiten dat systeem gaan denken.’

Een van de ketens die ons vastbindt aan het huidige systeem zijn onze verworven democratische rechten. Zodra ergens bijvoorbeeld een zeldzame vogel wordt gevonden, komen burgers in opstand en gaan zij procederen. Zulke processen duren jaren en staan verandering in de weg. ‘Als het geld en de politieke wil er zouden zijn – en die zijn er nog niet – dan zitten we in zo’n strak korset van regels en wetten dat we bijna niet kunnen handelen’, zegt Blom. Een probleem waar hij niet gelijk een oplossing voor heeft.

'Nu is het aan ons'


Schrijver Eva Rovers (haar pamflet ‘Nu is het aan ons’ verschijnt binnenkort): ‘We moeten beseffen dat de politiek ook ons burgers nodig heeft. Het probleem is vertrouwen. Burgers vertrouwen de politiek niet, maar de politiek vertrouwt ook de burgers niet.’ Zij ziet de oplossing in burgerberaden, waarvoor burgers door loting worden uitgenodigd. Zij blijken een betere afspiegeling te zijn van een samenleving. Burgerberaden zijn ook nog eens betere toekomstkijkers omdat ze niet slechts voor vier jaar gekozen zijn. ‘We hebben met een grote systeemverandering te maken. De huidige klimaatverandering reikt verder dan wat we als burger op individueel niveau kunnen doen.’

De bodem, het water én de wens tot verstedelijking

Één factor richting 2100 staat vast: de zeespiegel stijgt, ons klimaat verandert en de ecologische ondergrond van Nederland wordt bepalender in waar we wel en niet kunnen bouwen. Hoe zorgen we dat we in de woningcrisis slimme keuzes maken voor de lange termijn? Een gesprek met Jannemarie de Jonge, Desirée Uitzetter, Sacha Stolp en Jeroen Haan.

Toekomstbestendige assets


In de derde talkshow, ‘De bodem, het water én de wens tot verstedelijking’, gaat het erover dat we niet zomaar kunnen blijven doorbouwen zoals we sinds de wederopbouw hebben gedaan. Rijksadviseur De Jonge waarschuwt dat de Randstad niet een prothesestuk moet worden: een prothese heeft alleen zin als het vastzit aan iets levends. ‘De bodem, de natuur, veel stedelijke gebieden in de Randstad zijn kwetsbaar.’ De conclusie is dat oplossingen uit het verleden in de toekomst niet meer voldoen. Er moeten pijnlijke keuzes gemaakt worden.

Essentieel is het begrip ‘afwenteling’. Je kunt niet een oplossing vinden voor het ene gebied door de problemen af te wentelen op een ander gebied. Of door een hypotheek te leggen op volgende generaties. Dat geldt ook voor onze sociale cohesie, zegt Sacha Stolp, regisseur Innovatieprogramma Toekomstbestendige assets bij de gemeente Amsterdam. ‘Onze kwetsbaarste inwoners hebben het meeste last van hittestress. Zij kunnen niet zomaar de stad uit.’ Stolp ziet plekken die op termijn niet meer te beheren zijn, al is het maar vanwege de kosten.

‘We zijn al voorbij de maakbaarheid’

Jeroen Haan, dijkgraaf Utrecht

Het kindje is al gemaakt


Bijten woningnood en klimaat elkaar? Desiree Uitzetter, directeur bij Bouwfonds Gebiedsontwikkeling BPD, meent van niet. ‘We moeten met elkaar de natuur versterken. We zullen veel eerder moeten gaan samenwerken en anders moeten gaan werken.’

Anders werken is bijvoorbeeld eerder rekening houden met de toenemende wateroverlast. Met dat doel is er een watertoets ontwikkeld, een instrument dat waterhuishoudkundige belangen laat meewegen. Maar Jeroen Haan, dijkgraaf in Utrecht, is kritisch. De watertoets zal vaak tot frustratie leiden.

Want ‘de plannen liggen al klaar; het kindje is al gemaakt.’ Je zult eerder moeten kijken of je ergens kunt bouwen en hoe. Hij richt zich tot de zaal en stelt: ‘Beste mensen, klimaatverandering is niet iets van de toekomst. Het vindt nu al plaats. We zijn al voorbij de maakbaarheid. Rivieren zullen steeds extremer worden. Drinkwaterbedrijven kunnen niet meer drinkwater garanderen aan alle nieuwbouwprojecten. Als we geen nieuwe wijken kunnen realiseren die meebewegen met het klimaat, dragen we bij aan het probleem.’

Experimenteren


‘Maar hoe dan?’ roept Uitzetter, BPD, uit. ‘We zijn er allemaal van overtuigd dat dat moet gebeuren, de vraag is hoe.’

Het experiment zou de standaard moeten worden, meent Rijksadviseur De Jonge. Maar alles in experimenten vatten, is niet haalbaar, zegt Stolp gelijk. De gemeente Amsterdam houdt het op tien procent van haar projecten, want je moet alle betrokkenen meekrijgen. In de contracten die ze bij deze projecten afsluit, gaat het niet alleen over geld maar ook over meedenken over vernieuwing. ‘Pilots draaien kunnen we heel goed, maar hoe schaal je op? Wat zijn de lessen voor de lange termijn?’
Spelen ontwikkelaars hierin ook een rol? Want na de bouw gaan zij snel door naar een volgende locatie en laten het beheer en onderhoud over aan de gemeente, stelt dijkgraaf Haan.
Uitzetter: ‘Het is lastig om de overheid vroegtijdig bij het beheer betrokken te krijgen. Daar is vaak ook te weinig geld voor.’ Zou ze anders ontwerpen als ze als projectontwikkelaar eeuwig het beheer zou moeten voeren? Ze meent van niet – al denkt de zaal daar anders over.
De moderator vraagt Stolp: ‘Wat doen jullie om Amsterdam klimaatneutraal te maken?’
‘We dachten dat ontwikkelaars dat deden, maar het bleek een melkkoe. Op dit moment worden er nog steeds huizen aan dertigjarigen verkocht voor vier ton op plekken die niet zijn opgewassen tegen het veranderende klimaat.’

Het leidt tot beroering in de zaal. ‘Wie verstrekt hen hypotheken?’ vraagt iemand. ‘Blijkbaar wordt ervan uitgegaan dat de overheid de veiligheid tot in de lengte van dagen zal garanderen.’

Laura van Dolron

Laura van Dolron is theatermaker en filosoof en was twee dagen te gast op het Toekomstatelier. Tijdens de slottalkshow reflecteerde zij op die dagen en zette ze uiteen hoe je je kunt verhouden tot de grote transities waar we voor staan. Bekijk hier de voordracht van Laura, over mompelende bèta's, gebroken harten en de geruststellende boodschap: 'Alles komt goed'.
Gisteren tijdens het toekomstdiner kreeg ik een compliment van de directeur van de architectuurbiënnale van Rotterdam…
Trots liet ik dat weten aan mijn moeder en vriendinnen,
Zij reageerden:
“Wow wie hij HIJ…”
En “wat leuk van HEM”
En “Is hij single…”
Terwijl het was natuurlijk een ZIJ met een geweldige gele zijde kimono…dus de 22ste eeuw is er nog niet helemaal…

Ik appte een vriendin, die vroeg hoe het ging…
Er wordt hier zacht gesproken, door mensen die veel te vertellen hebben…Bèta’s ik hou van ze….moeilijk voor mij om een relatie mee te hebben, maar oh wat zijn ze aantrekkelijk met hun integere gemompel over dingen die een beetje onbegrijpelijk maar oh zo belangrijk zijn…een knapperend haardvuur terwijl buiten de lente sneeuw dromerig valt…”
Zo moet het voor mijn dochters zijn als wij over de scheiding praten…maar dan minder geruststellend helaas….

Gisteren waren hier mensen druk bezig…Een Sinterklaasavondsfeer, een geconcentreerde sfeer:
“heb jij het plakband”
“shit mijn papier-maché zakt in…oh wacht ik maak er iets ander van…”
Mooie leuke mensen die geconcentreerd bezig waren met van alles dan zichzelf…

Ze klommen op tafels en provoceren niet met wapens maar met kaarten…door woningen te zetten in de Veluwe met streepjes omdat het tsja TOCH ERGENS moet…
Ik voel me onwetend maar niet dom zij zijn slim maar niet verwaand ze praten zacht over een toekomst waarin wij er niet zijn maar waar toch met zo veel zorg over wordt nagedacht…


Ik vroeg mijn dochter van vijf gisteren “heb je zin in vandaag?”
Ja zei ze…ik wil weten wat er allemaal naar me toe komt…
That’s the spirit en ze wist niet eens dat ik hier moest zijn….
Niet, ik wil weten wat ik allemaal af kan dwingen, naar mijn hand kan zetten of kapot kan maken, maar wat er naar me toe komt…een open nieuwsgierig vizier….
Die vond ik bij haar gisteren, morgen maar ook hier….

Ik ben hier gevraagd om iets te zeggen over de afgelopen twee dagen (LANG) waarin gesproken werd over 100 jaar (LANG) en dan kreeg ik tien minuten…kort…
Van de organisator die me vroeg de rijksadviseurs niet te dissen…wat ik van tevoren een beetje suf vond maar nu snap.

Omdat mensen die hun nek uit steken, die stotteren, hardop denken en durven zoeken naar wat ze NIET weten op een voetstuk mogen, waar ze namelijk direct af klauteren om kaarten te gaan tekenen of andere zinnige dingen doen die de meeste mensen die WEL op voetstukken blijven staan niet kunnen…
De organisator zegt “mij mag je wel dissen”…wat mij natuurlijk de lust doet vergaan om hem te dissen….
Tien minuten is relatief lang zegt hij…de lieverd…ja honderd jaar is relatief kort maar lijkt lang als je vooruit kijkt, en een mensenleven lijkt kort maar voelt ZO lang als je hart gebroken is…
En dat is mijn hart…

Ik hoor jullie bèta’s denken: “hé een hart is een spier en spieren kunnen niet breken…”
Tsja het kan WEL….helaas….mijn ex was ook een bèta die dacht dat mijn hart niet breken kon…
En natuurlijk twijfelde ik of ik hierover zou beginnen en natuurlijk doe ik het toch…omdat het past….


Jannemarie zei het gisteren: we moeten van het hoofd naar het hart…en Wouter zei het ook: “ik hou er niet van als mensen professioneel heel iets anders doen en uitvoeren dan wie ze als mens zijn…”
Dat dus niet doen, dit ben ik nu als mens, een mens met een gebroken hart die bang is voor de toekomst…omdat ik verlaten ben door mijn bèta die mij een veilig gevoel gaf…al praatte ik vaak wel een beetje door hem heen…ben ik bang….want jullie gemompel vind ik nu heel mooi…maar of ik dat van hem op waarde schatte? ik weet het niet…

Dit is waar ik ben en zo is hoe ik keek de afgelopen dagen…vanuit de pijn en de zoektocht hier naar hoop…en troost en verdomd die vond ik nog ook…
Gegijzeld in het heden zijn wij…zei Wouter vanmorgen dat is liefdesverdriet vaak…mijn wereld zo klein…dat ik paniekaanvallen kreeg als ik in een trein stapte….en dan opeens hier 100 jaar verder…en een week geleden had ik hier snotterend van paniek gestaan maar nu kan ik het aan…

Het relativeert…dat vogelperspectief trek me even uit het isolement….
Lekker hoor, over 100 jaar ben ik dood…
En hij ook…
En zijn minnares ook…


Ik zei dit gisteren aan tafel tegen de belangrijke mensen…die schrokken een beetje, maar mij gaf het lucht….


Gisteren was er een toekomstdiner waar ik me gelukkig mocht verbergen achter mijn laptop…er waren belangrijke mensen die hadden een wat andere toon dan de mensen overdag, veel zinnen waren wat luider en begonnen met IK…

“ik word er kwaad van”
“Ik ben er klaar mee”

Als mensen ergens klaar mee zijn zijn ze er nooit klaar mee, zitten ze er juist middenin….
Vrouwen die zeggen klaar te zijn met een man zijn juist nog lang niet klaar…
Als je klaar bent met iemand heb je het niet meer over hem….
Want ben je met een ander iemand waar je dan zogenaamd weer klaar mee bent…

Iemand had het tijdens het toekomstdiner over hoe we kunnen toewerken naar dat heel Nederland weer in schoon water kan zwemmen in plaats van blauwalg…
En dat we daarmee de hele transitie die nodig is een tot de verbeelding sprekend beeld kunnen meegeven….
Dat vind ik mooi en slim we hebben kleine tastbare overwinningen nodig…ik weet er alles van….
Ik zwierde een vuilniszak in de prullenbak met wat extra jeu en een best wel grote boog nadat ik een best heel grote to do list had weggewerkt in een horror speeltuin met harde house waar de kinderen toch zielsgelukkig waren en ik ook want….wegwerken van best heel grote to do.

Daarna was ik door het bos gefietst terwijl de jongste haar hoofdje op de schouder van de oudste legde daarna hebben we naar een merel geluisterd en toen dus die vuilniszak….

En ik was opeens trots door die zwier van die zak…ik ben eigenlijk een hele leuke vrouw voelde ik….dus ja weer kunnen zwemmen in water een mooi klein doel waar het hele zwikkie aan opgehangen kan worden…dat hebben we nodig kleine concrete overwinningen waar we onszelf op kunnen betrappen….

Rituelen die hebben we nodig en terwijl ik dit schrijf neem ik me voor dat het in de kliko gooien van de vuilniszak voortaan een ritueel is, en dat trots op mij hetgeen is wat gevierd wordt met die zwiep….
En nu nog zorgen dat in die zak geen onnodig plastic en eten zit, dat maakt het feestje alleen maar leuker en aansprekender…


En “Alles komt goed…”
Ik liep naar buiten gisteren de kou in, wegens te veel input en maar tien minuten…
En daar was natuurlijk gelijk…INPUT…Een klein altaartje van bloemen echt en nep…en een foto in een plastieken mapje van een jonge vitale jongen die NICK heet en daar gestorven is in een auto…staalhard en koud…onder zijn foto staan de woorden ALLES KOMT GOED…
Het staat niet tussen aanhalingstekens maar het moet een tekst zijn van Nick zelf…hij is de enige die het zeggen kan, want hoe kan het ooit nog goed zijn als je deze jonge stralende jongen verloren bent…
De mensen die hem lief hadden kozen voor deze woorden…alles komt goed, en Nick is dood….hier vlak buiten, dood.
En wij ook allemaal over 100 jaar, en ook wij willen de woorden “alles komt goed” achter laten en dat is waar mensen hier mee bezig waren gisteren: stil streepjes zettend op de Veluwe denken mompelend zoekend…

Alles komt goed…wij moeten ons leven leven zodat dat dat ook onze laatste boodschap kan zijn…zoals het onze eerste was, tenminste ik zag het in de ogen van mijn pasgeborenen toen ik die in mijn armen kreeg. dat alles goed kwam voor altijd…


ALLES KOMT GOED dan, als wij vooruitkijken NU…..voor Nick voor mijn dochters en hun dochters, ze willen er 26. Ik moet nog even uitleggen dat dat niet zo duurzaam is…
En voor het geval van reïncarnatie….mijn dochters geloven er stellig in en zij weten vaak meer dan ik…en ik vind het altijd een intens vermoeiend idee maar na de afgelopen twee dagen heb ik er wel zin in…want alles komt goed, en ik wil weten wat er allemaal naar me toekomt…nu en over 100 jaar…
En het hart kan net breken dat is waar, het is een spier en die groeit aan…op een dag…als het tijd is…misschien wel in een volgend leven al duurt het honderd jaar…en dat is relatief kort…..

De 22e eeuw begint nu!

Als we 100 jaar vooruit kijken, wat betekent dat voor de keuzes die we nu maken? In de slottalkshow leggen we alle kaarten op tafel en bekijken we de heilige huisjes die we moeten bespreken.Kunnen we in de bestuurlijke
en dagelijkse praktijk een langetermijnperspectief écht op de voorgrond krijgen? Met Sandra Phlippen, Haroon Sheikh en Francesco Veenstra.

Het milieu vooropstellen


We hebben kleine successen nodig, stelt theatermaker en filosoof Laura van Dolron in de afsluitende sessie. Ze haalt met veel genoegen aan hoe ze laatst een vuilniszak met een zwier in de kliko liet verdwijnen. Het was een mooie afsluiter van een mooie dag. Kleine successen en daarvan kunnen genieten, daar gaat het om.

‘Er is geen economie in 2100 als we het milieu niet vooropstellen’

Sandra Phlippen, hoofeconoom ABN Amro

Bij het slotdebat ‘De 22e eeuw begint nu’ gaat het gesprek over dat heilige huisjes niet langer overeind kunnen blijven. Er schuiven twee buitenstaanders aan: Sandra Phlippen, hoofdeconoom van ABN Amro, en Haroon Sheikh, senior wetenschapper bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Phlippen sloot zich op uitnodiging van de Verenigde Naties een paar jaar geleden aan bij een panel van vijftig banken. Zij kijken in dit panel naar hoe de wereld er vermoedelijk in 2050 zal uitzien, uitgaande van de scenario’s van het IPCC. Ze brengt de zaal gelijk in beroering. ‘Ik denk dat de economie volledig ten doel moet staan aan het klimaat. De meeste economen realiseren zich dat nog niet. Er is geen economie in 2100 als we niet nu het milieu vooropstellen.’

Minder paardenstront


‘Wat weerhoudt mensen ervan om over de toekomst na te denken?’ vraagt talkshowhost Sophie Derkzen.

Phlippen: ‘Een politicus denkt maar vier jaar vooruit. De grote uitdaging is, zoals Laura ook zei, om het klein te maken en hoofd en hart aan elkaar te verbinden. In het klein: als je minder vlees eet, kun je daarmee de graantekorten die nu dreigen te ontstaan vanwege de oorlog in Oekraïne helpen oplossen, en daarmee de dreigende honger in andere delen van de wereld tegengaan. Kleine dingen kunnen een positief effect hebben.’

‘Het is ontzettend moeilijk om over vakgebieden en de vloed aan informatie heen te kijken’, stelt Haroon Sheikh. Van de auto dacht men in het begin dat het de steden schoner zou maken; er zouden immers minder paard en wagens gaan rijden en dus minder paardenstront in de stad komen te liggen. Het pakte anders uit. De toekomst, wil hij maar zeggen, laat zich lastig voorspellen. Maar terwijl de overheid de afgelopen decennia steeds meer terugtrad, is het nu tijd dat ze weer meer sturing gaat geven. Niet langer vanuit ideologische standpunten, maar vanuit ervaring en kennis.

Toen ze aan hun opdracht begonnen, wisten de Rijksadviseurs dat ze anderen nodig zouden hebben, zegt Rijksadviseur Veenstra. ‘We willen een beweging starten. Als ik zie hoeveel mensen de tijd hebben genomen om hierbij aanwezig te zijn, is dit een veelbelovend begin.’
Michelle Tanis, student Stedenbouw

Michelle Tanis, student Stedenbouw

Haar grootouders vochten nog tegen het water. Dat moet anders, stelt Michelle Tanis. Ze rondt volgend jaar haar master stedenbouw af aan de Academie van Bouwkunst in Rotterdam en werkt als junior stedenbouwkundige bij KuiperCompagnons.

‘Wat kunnen we van bevers leren?’


‘Ik kom uit Ouddorp, Zuid-Holland. Dat ligt vlakbij Zeeland. Mijn opa en oma hebben de watersnoodramp nog meegemaakt. Ik wil meedenken: wat doen we om ervoor te zorgen dat zo’n ramp niet nog eens gebeurt? Gaan we vechten tegen het water of bewegen we mee en geven we de natuur de ruimte?

Mijn grootouders zien het klimaat veranderen, maar ze zien niet hoe de ingrepen die hun generatie heeft gedaan van invloed zijn op het nu. Dit is het moment waarop we ons bewust zijn van de langetermijneffecten van ons handelen en andere keuzes kunnen maken. Dan kan het er over honderd jaar anders uitzien. Het is belangrijk dat we hand in hand met de natuur optrekken.

Voor mij is dit een broedplaats. In de praktijk moet alles reëel zijn; tijd is geld. Tijdens de studie krijgen we juist de ruimte om opener te denken en creatiever te zijn. We zijn nu bezig met het water van de toekomst en doen een project over de Maas. Dit Toekomstatelier is onderdeel van onze studie. Hoe kun je meebewegen met water en natuur? Kunnen we stoppen met kunstmatig ingrijpen?

Zelf onderzoek ik hoe de bever omgaat met water. Hij maakt dammen om zijn eigen waterpeil rondom de beverburcht te reguleren. Als het nodig is, maakt hij er een gat in om hoogwater weg te laten lopen of juist water toe te laten, voordat zijn burcht volledig volloopt. Hij gaat flexibel met het water om, daar kunnen we van leren.’
Bertram de Rooij, onderzoeker aan WUR Wageningen University & Research

Bertram de Rooij, onderzoeker aan WUR Wageningen University & Research

Alles komt samen in de openbare ruimte, stelt onderzoeker Bertram de Rooij van Wageningen University & Research. Hij richt zich onder meer op de ruimtelijke kant van de verschillende transities, zoals water- en voedselsystemen, maar ook op de sociale, rechtvaardige kant daarvan.

‘De uitkomsten interesseren me niet’


Alles komt samen in de openbare ruimte, stelt onderzoeker Bertram de Rooij van Wageningen University & Research. Hij richt zich onder meer op de ruimtelijke kant van de verschillende transities, zoals water- en voedselsystemen, maar ook op de sociale, rechtvaardige kant daarvan.

‘Vroeger werd er een plan opgesteld en uitgevoerd, maar daarvoor is de realiteit nu te complex geworden. We moeten gaan denken als een vlechtende rivier: er zijn meerdere stromen vanuit een brongebied die samenvloeien in één rivier met een gedeelde eindbestemming. Landbouw, water, energie: het komt allemaal samen in hetzelfde landschap. De lange termijn heb je nodig om te zien of je de goede – niet per se de perfecte – dingen doet. Het gaat erom dat je handelen nu geen blokkades opwerpt voor de toekomst.

Ik ben blij dat de focus nu ook op de lange termijn ligt. Aan mijn studenten houd ik vaak het beeld voor van iemand die graaft en telkens kleine steentjes opduikt en die bewondert, maar daardoor nooit toekomt aan de grote stenen die dieper in de aarde verborgen liggen; de fundamentele vraagstukken waar we mee te maken krijgen. Dit is een zoektocht naar gedeelde perspectieven. De uitkomsten interesseren me niet, althans niet in eerste instantie, het gaat er vooral om dat we de juiste vragen blijven stellen: wat doet er echt toe.

Tijdens het Toekomstatelier heb ik veel nieuwe mensen gesproken. Het ging over hoe je ervoor zorgt dat transities rechtvaardig gaan. Wie niet aan tafel zit, kan daarvan de dupe worden. Kan iedereen mee in die grote veranderingen? Alle thema’s zijn belegd op ministeries, maar hoe gaan de ministeries samenwerken en belangen afwegen? En hoe breng je dat terug naar provinciaal en gemeenteniveau? Met een focus op de lange termijn, zul je keuzes moeten maken op de korte termijn. Ik merk dat iedereen hiermee worstelt.

De toekomstscenario’s van het IPCC bijvoorbeeld gaan uit van een enorme bandbreedte, maar hoe maak je daar beleid op? De oplossing is dat je vanuit het probleem zoekt naar het onderliggende vraagstuk. Dan stuit je op zaken die niet op jouw vakgebied liggen, en die vakgebieden betrek je erbij.’
Anna Maria Fink, landschapsarchitect

Anna Maria Fink, landschapsarchitect

Anna Maria Fink houdt zich vooral bezig met het nu. Fink is landschapsarchitect, docent en auteur. Ze werkt ontwerpend en onderzoekend met landschappen in alle facetten.

‘Planten denken vanuit overvloed’


‘Mij werd gevraagd om voor het Toekomstatelier na te denken over het thema consuminderen, iets waar ik me in mijn privéleven ook mee bezig hou. Ik heb onder andere een stempel ontworpen met een inspirerende zin uit een essay en boek van Robin Wall Kimmerer: “All flourishing is mutual. Al het tot bloei komen is wederzijds”.

Dat slaat op bloemen en planten, maar het is ook een metafoor voor een ander denken over economie. De huidige economie denkt vanuit schaarste; planten denken vanuit overvloed.

Het hier en nu is mijn sleutel naar de toekomst. De behoeftes en waarden van mensen zijn door de eeuwen heen niet veel veranderd. Bezig zijn met het dagelijks leven geeft me houvast, want de toekomst lijkt abstract. Maar elke keuze die we maken bepaalt de toekomst. We zijn gewend geraakt om de omstandigheden aan ons aan te passen, maar we moeten toe naar een wereld waarin wij ons aanpassen aan de omstandigheden. En dat betekent misschien wel niet 24 uur per dag stroom hebben.

Mijn werk gaat ook over hoe de systeemwereld – de wereld van beleidsmakers – zich verhoudt tot onze persoonlijke leefwereld. Als je aan de beleidstafel gaat zitten en nadenkt over de toekomst van onze ruimtelijke ordening, doe dat dan als mens, niet als beleidspersoon. Pas dan krijg je diversiteit in denkrichtingen.

Wat ik inspirerend vond aan het Toekomstatelier is dat de Rijksadviseurs van de beleidstafel de wereld in zijn gestapt. Mensen met allerlei expertises ontmoeten is essentieel. Het mag van mij nog radicaler: maak bijvoorbeeld een driedaagse wandeltocht met steeds weer nieuwe mensen.’
Joyce van den Berg, hoofdontwerper gemeente Amsterdam

Joyce van den Berg, hoofdontwerper gemeente Amsterdam

Het begint met de bodem, stelt Joyce van den Berg, landschapsarchitecte bij de Gemeente Amsterdam, waar ze werkt aan vernieuwende opgaven.

‘In de steden blijft de bodem onderbelicht’


‘We staan voor een grote opgave. Denk aan de transitie van energie en data; aan klimaatadaptatie met als gevolg hitte, droogte en extreme regenval; circulariteit; schone lucht, wat vaak gelinkt wordt aan mobiliteit; flora en fauna, met name de afname van biodiversiteit; en de verdichting van de woningbouw. Hoe gaan we daarmee om? Het begint allemaal bij de bodem. We hebben een rijke geschiedenis met de bodem – als nutsvoorziening, qua biodiversiteit, circulariteit en grondstoffen – en toch is het een zwart gat. Zeker in de steden is de bodem een onderbelicht onderwerp.

Ik ben hoofdontwerper bij de gemeente. Met twaalf gemeentes en vijf ministeries werken we aan een integrale ontwerpmethode. We zijn een pilot gestart op de Amsterdamse Wallen: we gaan de komende tien jaar programmeren voor verduurzaming zowel onder als boven de grond.

Zoals steden nu zijn georganiseerd, lopen er allerlei programma’s naast elkaar en zouden de straten tot 2040 wel vijf keer moeten worden opengelegd voor werkzaamheden. We proberen het terug te brengen tot gemiddeld 1,2 keer. Het betekent eerder overleggen met nutsbedrijven en beheerders van de openbare ruimte; systeembarrières opsporen en oplossen.

Wat ik van het Rijk nodig heb, is dat zij met een plan komt voor de ruimtelijke ordening van de bodem. Liefst een ministerie. Nu hebben we een wethouder duurzaamheid, energie, openbare ruimte, maar er is geen gedeeld opdrachtgeverschap en geen gezamenlijke portemonnee. Wethouders en directies kijken elkaar aan en zeggen “hier ben ik niet van”.

Ook op landelijk niveau zijn er prachtige nieuwe kokers getrokken, maar in de bodem waar het allemaal samenkomt ontbreekt de regie. De doelstellingen die we in de steden hebben, kunnen we niet waarmaken, niet qua ecologie, financiën, menskracht, huisvesting. Het gaat de komende jaren echt dramatisch worden.’
Lilian van den Aarsen, directeur Staf Deltacommissaris

Lilian van den Aarsen, directeur Staf Deltacommissaris

Een slim Nederland is op haar toekomst voorbereid, stelt Lilian van den Aarsen, directeur staf Deltacommissaris. Het Deltaprogramma is een nationaal programma waarin het Rijk samenwerkt met provincies, waterschappen en gemeenten om Nederland voor te bereiden op de klimaatverandering.

'Doe iets!'


‘Het Deltaprogramma is er om ervoor te zorgen dat Nederland ook op lange termijn veilig blijft en kan beschikken over voldoende zoet water. Ook bereidt het ons land voor op hittestress en extreme wateroverlast. De staf Deltacommissaris coördineert dat programma, jaagt aan, verbindt en ondersteunt bijvoorbeeld door een kennisprogramma spiegelstijging te ontwikkelen.

We richten ons op de periode na 2100. Dat is ingewikkeld, want meestal wordt er niet verder gekeken dan 2050-2100. Maar daarna barst de klimaatverandering pas echt los. Dan krijgt Nederland te maken met zowel droogte als overstromingen en verzilting.

Waarom we zo weinig aan langetermijndenken doen? Psychologen beweren wel dat mensen niet verder kunnen kijken dan één, hooguit twee generaties. De politiek heeft een horizon van vier jaar. De relatie tussen baten en lasten is lastig als je kijkt naar de langere termijn; je moet nu investeren en de opbrengsten daarvan volgen pas later. Bovendien is het lastig om ver in de toekomst te kijken; er is niet één stip aan de horizon, maar er zijn er vele.

Dit Toekomstatelier levert veel nieuwe inzichten op en pijnlijke waarheden. We moeten af van oude paradigma’s. Als het klimaat verandert, dan verandert de natuur ook. Het goede nieuws is: we kunnen er nog wat aan doen.

Mijn vraag is vandaag verschoven van #hoe dan naar #wanneerdan? We weten dat lage plekken van het land met de komende klimaatverandering niet toekomstbestendig zijn; dat drinkwater schaars wordt; en dat de zeespiegel stijgt.

De jonge generatie zegt: “Ga aan de slag. Doe iets” tegen bestuurders. Ik hoop dat het Toekomstatelier het nationale debat hierover opstookt. Met hun aanpak hebben ze goud in handen: Breng de dilemma’s in beeld, haal kennis van buiten en draag oplossingen aan.’
Nöel van Dooren, Park Zuid-Holland

Nöel van Dooren, Park Zuid-Holland

Een goed georganiseerd energiesysteem is belangrijk voor de toekomst, stelt landschapsarchitect Noël van Dooren. Als PARK (provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit) in Zuid-Holland geeft hij sinds 2020 gevraagd en ongevraagd advies aan Gedeputeerde Staten.

‘Er moeten echt dingen veranderen’


‘Ik moest als PARK meteen advies geven over het Groene Hart en de regionale energiestrategie (RES). Het Groene Hart ligt in zeven van de dertig RES-regio’s. Natuurlijk moeten we nú heel hard aan het energievraagstuk werken, maar het landschap heeft het daarbij niet makkelijk. Dat belang verdedig ik. Juist voor de toekomst is een goed georganiseerd energiesysteem belangrijk, dat hangt samen met ruimtelijke ordening. Ik adviseer gedeputeerden die er hooguit vier jaar zitten, en vraag steeds aandacht voor de lange termijn.

Neem bijvoorbeeld aquathermie, waarbij je warmte haalt uit water. Stel dat je bodemdaling, daar heeft Zuid-Holland veel last van, kunt verbinden met hogere waterstanden, en dat daarmee een nieuwe energiebron gevonden wordt die past in de polderstructuur van het landschap?

Bij veel van mijn adviezen gaat het erom verantwoording te nemen voor de publieke belangen op de lange termijn. Daarvoor is regie nodig, en daar zijn de provincies en het Rijk een tijd schuw in geweest. Bij energie, maar ook bij problemen in de landbouw waar ik veel aandacht aan besteed. Er moeten echt dingen veranderen. Het is belangrijk dat het Rijk kaders biedt. Gelukkig lijkt daar nu weer meer steun voor.

Toen ik aantrad als provinciaal adviseur zaten we midden in de pandemie. Ik vroeg me af wat dat voor het landschap betekent, en dan niet alleen vanwege thuiswerken, want dat kan lang niet iedereen. Mensen zijn het belang van goede buitenruimte meer gaan zien. Daar valt in Zuid-Holland nog wel wat aan te doen.’

Resultaten van Makers


Met het Toekomstatelier verkennen we de toekomst. We benutten daarbij de kennis en kunde van ruimtelijk ontwerpers en kunstenaars. Verschillende makers waren uitgenodigd om op 30 en 31 maart te werken aan een eigen interpretatie en toepassing van het toekomstdenken. Hieronder zijn de resultaten terug te vinden van Atelier Fischbach, Bureau UFO, Hans van Houwelingen, trainees van het Nationaal Watertraineeship, Gebiedsatelier Vallei & Veluwe en Toekomstdenken met Rijkseigendom.

Atelier Fischbach


Gebaseerd op de essay ‘The Serviceberry’ van Robin Wall Kimmerer heeft Atelier Fischbach een uitnodiging gemaakt om te reflecteren op je eigen consumptiegedrag. Met de stempel ‘all flourishing is mutal’ die de bezoekers op hun hand, arm of notitieboekje kregen werden zij op pad gestuurd om zich af te vragen hoe consumeren kan bijdragen aan een wederzijds gevoel van dankbaarheid, vindingrijkheid, tevredenheid. Hoe kunnen we in de toekomst weer gaan denken en handelen vanuit ‘abundance’ in plaats van schaarste?
Inhoud en ontwerp: Atelier Fischbach
Tekstdelen essay: Robin Wall Kimmerer
Productie Poster: Herman Hake (RiwiCollotype Amsterdam)

all flourishing is mutual.


Gebaseerd op het essay ‘The Serviceberry’ van Robin Wall Kimmerer heeft Atelier Fischbach een uitnodiging gemaakt om te reflecteren op je eigen consumptiegedrag. Met de stempel ‘all flourishing is mutual’ die de bezoekers op hun hand, arm of notitieboekje kregen werden zij op pad gestuurd om zich af te vragen hoe consumeren kan bijdragen aan een wederzijds gevoel van dankbaarheid, vindingrijkheid, tevredenheid. Hoe kunnen we in de toekomst weer gaan denken en handelen vanuit overvloed in plaats van schaarste?


Inhoud en ontwerp: Atelier Fischbach (www.annafink.eu)
Tekstdelen essay: Robin Wall Kimmerer (emergencemagazine.org/essay/the-serviceberry/)
Productie Poster: Herman Hake (RiwiCollotype Amsterdam)

Bureau UFO - Third Space


Third Space is an exercise in thinking about opening a parallel space in which cross-border issues can be solved. In the context of the Board of Government Advisors’ (CRA) future agenda for the Netherlands (Atelier NL2100), we were given the following question: How do we approach research by design when thinking and acting outside the national borders? What are the interrelated systems of dependance and where are these connections located? Furthermore, how do we make these networks and areas productive in spatial, cultural and political sense?

Credits: Bram van Ooijen, Angéla Kortleven
European (protected) areas clipped on border zones, framing ‘third spaces’.

European (protected) areas clipped on border zones, framing ‘third spaces’.

bronnen: European Environment Agency, Eurostat, EMODnet
(Trans) European (protected) areas

(Trans) European (protected) areas

bronnen: European Environment Agency, Eurostat, EMODnet
(Trans) European networks.

(Trans) European networks.

bronnen: ENTSO-E, European Commission, Eurostat, UNECE, Infrapedia, EMODnet, SciGRID
European networks clipped on border zones, framing ‘third spaces’.

European networks clipped on border zones, framing ‘third spaces’.

bronnen: ENTSO-E, European Commission, Eurostat, UNECE, Infrapedia, EMODnet, SciGRID

Download projectbeschrijving


Hans van Houwelingen


Kunstenaar Hans van Houwelingen richt zich op de betekenis van kunst in de publieke ruimte. Welke invloed heeft decennia neoliberalisme daarop gehad? Welke waarden kan kunst toevoegen aan het toekomstige ruimtelijke ontwerp? Hij presenteerde een vijftal proposities en toonde Tussen Blauwe Golven en Groene Corridor, een documentaire over een groep kunststudenten en jonge kunstenaars die gedurende twee jaar onderzochten hoe Nederland omgaat met zijn culturele erfgoed.

Hans van Houwelingen


“Ik ben erg blij dat de Agenda College van Rijksadviseurs 2021-2024 stelt dat verbeeldingskracht noodzakelijk is om een onzekere toekomst tegemoet te treden. Samenwerking met kunstenaars is hierbij essentieel, niet door meer kunstwerken bij gebouwen te plaatsen maar door kunstenaars te laten aanschuiven bij ingewikkelde ontwerpopgaven. Anders gezegd kan de specifieke denkkracht van kunstenaars een voorname rol spelen bij de grote vraagstukken over de toekomst. Dit Toekomstatelier van het College van Rijksadviseurs heeft laten zien dat ontzuiling in de ontwerperswereld veel creativiteit en energie genereert. Een verademing om mee te maken.”

Nationaal Watertraineeship


Op 1 april hebben trainees van het Nationaal Watertraineeship de aanwezigen de kans gegeven om bewust stil te staan bij de eigen gewoontes. Gewoontes bepalen namelijk onze levensstijl en onze levensstijl is bepalend voor onze voetafdruk op de aarde. Men is zich bewust van het feit dat sommige van onze gewoontes de aarde ernstig belasten en toch blijft het lastig om afscheid te nemen van deze gewoontes. De trainees hebben iedereen uitgenodigd om deze gewoontes te identificeren en hebben de mogelijkheid geboden om afscheid te nemen daarvan.
Credits: Amira al Zakka, Emma Hilhorst, David Schouten en Monique van de Wetering

Download gewoonteregister


Toekomstdenken met rijkseigendom


Een team van het College van Rijksadviseurs en Rijksvastgoedbedrijf, Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft in een tweedaagse workshop gewerkt aan de vraag hoe het Rijk met eigen gronden en panden bij kan dragen aan een duurzame toekomst.
‘Toekomstdenken met Rijkseigendom’ laat aan de hand van Flevoland zien wat inzichten over de lange termijn toekomst kunnen betekenen voor de omgang met rijkseigendom en welke maatschappelijke meerwaarde die dit eigendom kan leveren.
Ter voorbereiding van de workshop is er van Flevoland een set aan kaarten verzameld. Deze kaarten vormen - conform de lagenbenadering - de basis van het integrerend toekomstdenken over Flevoland.
Tijdens de workshop is er verder gewerkt aan het materiaal dat de kennissessies van de zes stromen hadden opgeleverd. De zes schema’s van de 5x5 (Pijnlijke waarheden, oplossende denkwijzen, no regret maatregelen, lock-ins, en kennisurgenties) zijn specifiek gemaakt voor Flevoland. Daarnaast zijn op kaart alle rijksopgaven waar de uitvoerende diensten aan werken verzameld.

Rijksvastgoedbedrijf: Riette Bosch, Stijn Kuipers, Mirjam Segeren
Staatsbosbeheer: Ritsaart Bakhuizen, Merel Nijhuis
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Berthe Jongejan, Gertjan de Boer, Jeroen Zomer
Student Avans Hogeschool: Jeroen Piels
College van Rijksadviseurs: Rienke Groot, Iris Thewessen, Simone Huijbregts-Breitkopf, Saskia Naafs, Paul Kersten, Gianna Bottema, Jelle Hettema, Lian Blok, Heleen Mollema

Meer over het project


‘Toekomstdenken met Rijkseigendom’ laat aan de hand van Flevoland zien wat inzichten over de lange termijn toekomst kunnen betekenen voor de omgang met rijkseigendom en welke maatschappelijke meerwaarde die dit eigendom kan leveren.
Download

Gebiedsatelier Vallei en Veluwe


Water en bodem sturend in de Foodvalley Zuid. Wat betekent dit?
Jonge ontwerpers en denkers hebben dit met assistentie van het Gebiedsatelier van waterschap Vallei en Veluwe onderzocht. Wat betekent dit voor urgente vragen rondom woningbouw, natuur en landbouw in Foodvalley Zuid?
Credits: Julliëtte Groenendaal, Anouk Gierveld, Anoek de Jonge, Jurriënne Heijnen, Andrea Swenne
Chris van de Hoef

Food Valley Zuid 2200


Vooruitkijkend naar 2200 zijn samen met experts vanuit de regio en het Waterschap Vallei en Veluwe toekomstscenario’s onderzocht. Wat is nodig om de leefbaarheid en functionaliteit op lange termijn te behouden en zelfs te versterken? Werkend vanuit de sturing van het water en bodem, klimaatverandering en naar het oosten verschuivende delen van de bevolking, daar is het immers hoog en droog.

Welke nieuwe inzichten levert dit op, wat zijn pijnlijke waarheden en waar zien we juist oplossende denkrichtingen ontstaan?

De maakbaarheid van Nederland zit in ons, dijken bouwen, water bedwingen en het land vormen naar onze behoefte. We zijn hier trots op.

Door biodiversiteitsverlies en klimaatverandering ondervinden we in toenemende mate de grenzen van de maakbaarheid en worden deze grenzen verder terug gezet.

In de pijnlijke waarheden en oplossende denkwijzen heeft de piramide van Maslow een belangrijke plaats. Na vele eeuwen beklimmen van de piramide, mogelijk door de gemaakte veiligheid van onze leefomgeving worden we nu terug naar de basis gestuurd. De onderste twee treden “overleven” en “veiligheid” zijn wankel geworden.

Food Valley Zuid 2200


Terugkeren naar de basis van overleven en veiligheid, afstappen van de maakbaarheid, onze trots vraagt een cultuuromslag. Dit is de grootste uitdaging en tegelijkertijd een oplossende denkwijze. Het maakt de weg vrij om een nieuwe ruimtelijke logica te vinden, gebaseerd op bodem en water.
Resultaten

Contact

De komende tijd ontwikkelen we dit platform verder. Op de hoogte blijven? Meld je hieronder aan voor de nieuwsbrief van het College van Rijksadviseurs.

aanmelden nieuwsbrief